Een boek laat zich slechts bladzijde na bladzijde kennen en de waardering voor een muziekstuk vloeit louter voort uit de opeenvolging van muzieknoten, maar een schilderij maakt een onmiddellijke indruk. Het is liefde op het eerste gezicht of het doet u niets, of bijna niets: een vluchtige blik, hoogstens een beleefde interesse, soms intellectueel of historisch gegrond. De symbiose tussen een kunstwerk en een toeschouwer komt immers pas tot stand wanneer de toeschouwer zich openstelt voor de emotie. Deze emotie staat echter niet altijd op de voorgrond. Ze kan verzonken liggen in een moment van vreugde of verdriet of zich verbergen in een overpeinzing. De oorsprong van een kunstwerk ligt in deze emotie. Men hoeft ze slechts te vertalen naar een penseelstreek die niet alleen herkenbaar, maar ook persoonlijk is.

Het onderwerp van een schilderij is ondergeschikt aan deze emotie. De aard van het werk, realistisch of abstract, is van weinig belang. Men moet voelen en laten voelen, zonder te willen behagen. Paul Delvaux bevestigde dit: "Een kunstenaar legt geen onaangeroerd onderwerp bloot. Hij keert steeds terug naar het verleden, draagt het over en past het aan onze gevoeligheden aan. Het gaat dus om steeds terugkerende thema's, hetzelfde stramien waarop elke generatie op haar eigen wijze voortborduurt." Wie kunst wil laten evolueren door enkel originaliteit of een herkenbare schilderstijl na te streven, mist nederigheid en wijkt van het pad af.

Men moet dus niet alleen zoeken naar eigenheid, maar tegelijk ook iets overbrengen. Zoals Léon Spilliaert het verwoordde: "Mezelf zijn, steeds sterker". Een schilderij heeft betrekking op een heel leven, ook al wordt het in enkele uren gemaakt. Men moet niet alleen de aangeleerde technieken achter zich laten, maar ook de hulpmiddelen die het werk vergemakkelijken. Wanneer het schilderen herleid wordt tot een herhaling van gekende effecten, wordt het oninteressant. Zich niet plooien naar de wensen van anderen, naar aangeleerde regels en naar de nood aan herkenning staat echter niet gelijk met het verwerpen van invloeden waardoor men kan groeien. Een schilder is erfgenaam van de meesters die indruk op hem maakten. Hij zal hun des te meer trouw blijven omdat hij intuïtief, maar zonder te kopiëren, hun visie zal doortrekken.

Hoe kan men ongevoelig blijven voor de verfijnde stranden van Louis Artan, voor de kracht van de regen- en sneeuwlandschappen van Guillaume Vogels, voor Léon Spilliaerts composities van dijken, voor het briesje in de havengezichten van Richard Baseleer en Lucie Vermandèle, voor de synthese in de zeegezichten van Frans Hens en in de Ardeense dorpen van Albert Raty, voor de bewegingsvrijheid van de golven van Auguste Oleffe, aan de trotse houding van Constantin Meunier's portretten, voor de spontaniteit in de schetsen van Henri Evenepoel en Frans Smeers of voor het mysticisme van Jan Stobbaerts en Jacob Smits?

Didier van der Noot werd op 20 september 1961 geboren in Brussel. Hij is gehuwd en vader van twee kinderen. Als autodidact werkt hij sinds zijn zestiende met pastel en houtskool. Zijn werken werden tentoongesteld en deze expositie werd reeds een vijftiental keer hernomen in verschillende Brusselse galerieën.

Tussen 1971 en 1976 leert hij zichzelf tekenen door pagina's uit de strips van Greg & Dany te kopiëren. Tijdens een reis naar Venetië in 1977 ontdekt hij het pastel.

In de periode 1977-1989 wil hij de kleur bevrijden van het juk van de lijnen. Getraceerde tekeningen werden eerst vervaagd, vervolgens werden de kleuren herwerkt zodat zij de coherentie van het werk konden bewerkstelligen. Het resultaat van zijn werk stelt hij in 1989 ten toon in galerie Nuances. De verschillende werken uit deze periode worden in de galerie van deze website weergegeven onder de titel 'Tentoonstelling Nuances'.

Van 1989 tot 1999 wijzigt hij geleidelijk aan de manier waarop hij zijn indrukken vertaalt. Hij voelt de nood om meer belang toe te kennen aan het schilderen door zijn werken op groter formaat te realiseren. Complexe en verzadigde kleuren blijven zijn voorkeur wegdragen. In 1999 onderwerpt hij het resultaat van zeven jaar zoeken aan de kritische blik van het publiek in galerie L'Oeil & Racines. Enkele van deze werken worden weergegeven onder de titel 'Tentoonstelling L' Oeil & Racines'.

In 1999 ontmoet hij de Brusselse uitgever Bernard Gilson die voorstelt om zijn werken te reproduceren in verschillende boeken.

Tussen 1999 en 2007 illustreren zijn pastels en houtskooltekeningen dan ook vier boeken uit de collecties "Beaux Livres" en "Abécédaire sentimental". Enkele werken sieren eveneens de covers van een aantal romans.

Dankzij deze samenwerking kreeg hij interesse in het uitdiepen van een bepaalde thematiek door het creëren van 50 tot 200 werken over hetzelfde onderwerp. De galerie van deze website herneemt de verschillende thema's die in de loop van de laatste jaren aangesneden werden (Lisière d' Ardenne, la mer du Nord sentimentale, Bruxelles sentimental, Mer celtique, Les Ardennes sentimentales, La Gaume sentimentale, Intimité, La côte d' Opale sentimentale, Ecume du Nord, Blanche Soigne, Falaises, Elégante).

In de loop der jaren is hij, in de manier waarop hij datgene wat mooi is probeert te bevatten, niet afgeweken van zijn onveranderlijk streven: aantonen dat het figuratieve beeld zich niet beperkt tot het canvas en misschien wel de deur opent naar een imaginaire wereld met onbeperkte mogelijkheden. Hij hoopt dat elkeen in het werk dat hij vervaardigt de geur van zijn eigen herinneringen kan opsnuiven, het harmonieuze gezang uit zijn dromen hoort en het fluweelzachte ervaart van zijn mooiste gewaarwordingen. Kunst is voor hem niet iets dat enkel bewonderd moet worden, maar iets dat moet aanspreken. Het is eerder een uitwisseling dan een gave.